Mijn Verbruik l Detailberekening verwacht jaarverbruik

Verwacht jaarverbruik?

Elk jaar berekenen wij opnieuw uw termijnbedrag. Dit wordt berekend op basis van een jaarverwachting van uw energieverbruik. Deze berekening gebruiken we ook voor Mijn Verbruik. U ziet dit verwachte verbruik als open staafdiagrammen. Zijn uw meterstanden bekend, dan wordt de betreffende staafdiagram gevuld met uw werkelijke verbruik. Vult u de meterstanden halverwege de maand in dan zal de staafdiagram half gevuld worden. Wilt u optimaal gebruik maken van Mijn Verbruik adviseren wij u regelmatig uw meterstanden in te vullen.

Als er geen meterstanden bekend zijn, worden voor perioden in de toekomst of in het verleden verbruiken berekend (geschat). Op de jaar- of eindafrekening worden deze standen gemarkeerd met : * geschatte standen.

Welk jaarverbruik gebruiken we?

Welk jaarverbruik wij kunnen hanteren bij de berekening, hangt af van de informatie die bij ons bekend is. We bekijken of uw standaard jaarverbruik* bij ons bekend is. Als dat niet zo is, gebruiken we het verbruik van uw laatste jaarafrekening, als dat niet beschikbaar is, het gemiddeld jaarverbruik, als soort woning enz.


Hieronder staat de volgorde die wij hierbij hanteren: 

  1. Standaard jaarverbruik 
  2. Uw jaarverbruik op uw laatste jaarafrekening
  3. Gemiddeld jaarverbruik vanvergelijkbare huishoudens, op basis van soort woning, bouwjaar, oppervlakte en aantal bewoners 
  4. Gemiddeld jaarverbruik, als soort woning, bouwjaar, oppervlakte en aantal bewoners niet bekend is: 
    - Gas: 1700 m3
    - Stroom: 3884 kWh
    - Warmte: 45,478 GJ
    - Tapwater: 37,8 m3

Teruglevering van stroom wordt berekend op basis van minimaal 2 werkelijke meterstanden.

 

*Standaard jaarverbruik = uw gemiddelde verbruik op jaarbasis

Weersinvloeden worden meegenomen

Voor de producten Gas en Warmte moet minimaal 50% van de (verwachte) graaddagen* vallen in de periode waarin de meterstanden bekend zijn. Voor het product Stroom moet minimaal 50% van de Elektradagen vallen in de periode waarin de meterstanden bekend zijn. 

  • Is dit niet het geval dan wordt het bekende verbruik van de meterstanden aangevuld met het jaarverbruik in de volgorde zoals hierboven beschreven. 
  • Is dit wel zo, dan wordt dit bekende verbruik aangevuld met geschat verbruik. Het verbruik wordt geschat en over het jaar verdeeld door middel van de zogenaamde graaddagen-methode**.

* Een graaddag = een dag waarop de gemiddelde temperatuur lager is dan 18 graden.

** Graaddagen-methode:

Voor de berekening van het gemiddelde verbruik:
1. Gemeten verbruik over de opnameperiode / aantal graaddagen van die periode = resultaat
2. Resultaat x gemiddeld aantal graaddagen van de afgelopen 30 jaar = Gemiddeld verbruik 

Deze methode werkt alleen nauwkeurig als elke graaddag een gelijk deel van het totale jaarverbruik van gas of warmte voor zijn rekening neemt. Een graaddag in juli moet vergelijkbaar zijn met een graaddag in januari: dat is niet het geval. 
Om graaddagen van verschillende maanden vergelijkbaar te maken moeten sommige maanden dus zwaarder meewegen dan andere. Dat wordt bereikt door de graaddagen te vermenigvuldigen met een wegingsfactor. Na deze bewerking is het gas- of warmteverbruik per graaddag nagenoeg constant.

De wegingsfactoren voor de verschillende maanden zijn als volgt:
- voor november tot en met februari 1,1
- voor maart en oktober 1,0 
- voor april tot en met september 0,8

  
De gegevens over graaddagen worden bijgehouden en gepubliceerd door EnergieNed, de federatie van energiebedrijven in Nederland. Alle bij EnergieNed aangesloten bedrijven gebruiken deze gegevens voor het berekenen van energiefacturen.

 

Tapwater

Wanneer er twee of meer meterstanden bekend zijn van Tapwater, dan wordt dit verbruik gedeeld door het aantal dagen in die opnameperiode en vervolgens vermeningvuldigd met het aantal dagen in het jaar. 
 

Alinea: Teruglevering Bij teruglevering spelen weersinvloeden een grote rol. In augustus is er normaal gesproken meer zon dan in december. Wanneer er twee of meer meterstanden bekend zijn van teruglevering, wordt de teruglevering in deze periode gedeeld door de opwekfactor van die periode en vervolgens vermenigvuldigd met de opwekfactor van het gehele jaar om tot een jaarverbruik te komen. Het werkelijke verbruik van de meterstanden wordt dan aangevuld met de berekende verwachting.